Hoe landt landschap?
Zoek de verschillen tussen het landschap van toen en van nu. In twintig jaar tijd verandert er veel, de traagheid waarmee een landschap evolueert is weggenomen. Wat zegt dat over ons landschap, over ons beleid op landschap, en over de toekomst?
In 2002 fotografeerden Rita van Biesbergen en Dorien van de Laak van MugMedia vijftig locaties in de zandgebieden. In opdracht van de Dienst Landelijk Gebieden gingen ze langs twee breedtegraden die deels door onze provincie lopen en maakten om de 5 kilometer een foto. Zo kregen ze objectieve beelden van hoe het landschap erbij lag in Utrecht, Gelderland en Overijsel. In 2024 maakten ze opnieuw foto’s, op precies dezelfde plekken.
Wat zie je, wat is er veranderd? Meer bomen, meer beschutting, nieuwe luiken, een hek weg, een hek erbij, minder schuren. En wat betekent dat dan, wat kan er gebeurd zijn? Kleine veranderingen in het fysieke landschap kunnen grote gevolgen hebben. Denk aan de vele boerderijen die particuliere woningen werden of natuurgebieden.


Zutphen in 2002 en dezelfde plek in 2024
Gesprekken over landschappen
De reeks foto’s is opgenomen in de Monitor Landschap van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Deze dienst monitort landschap aan de hand van data over bijvoorbeeld bebouwing, lijnelementen, reliëf. De foto’s zijn hierop een waardevolle aanvulling. Op een foto zie je wat er is veranderd, waardoor een gesprek voeren over landschap makkelijker wordt, minder abstract. En dat is precies wat Rita en Dorien vervolgens hebben gedaan. Na de herfotografie spraken ze met mensen rondom de fotolocaties. Met inwoners, boeren, ambtenaren, recreanten. Wat is hier veranderd, hoe komt dat en wat vind je daarvan?
Uitzoomen
‘Kunnen we uit al deze data thema’s destilleren?’ vroegen Rita en Dorien zich af. ‘Wat maakt het landschap zichtbaar?’ Je ziet de energietransitie in de transformatorhuisjes op de foto’s. Je ziet veranderingen in de agrarische sector, de schaalvergroting. Je ziet klimaatadaptatie en natuurontwikkeling in beken die meanderend worden gemaakt om droogte tegen te gaan en het te veel aan water op te kunnen vangen. Maar wat overkoepelend zichtbaar werd, is hoezeer landschap wordt gezien als decor. Als een plek waar je allerlei functies willekeurig in lijkt te kunnen laden. Wat zit daar nou achter? Wat is er in die twintig jaar veranderd in beleid waardoor dit gebeurt? Rita en Dorien vroegen Mark Hendriks, redacteur en journalist in ruimtelijke ordening, hier een essay over te schrijven.
Ontmanteling van de nationale ruimtelijke ordening
In zijn essay Te vondeling gelegd – Twintig jaar landschapsbeleid en ontwerponderzoek in de zandgebieden blikt Mark terug. Hij concludeert dat er de afgelopen twintig jaar nauwelijks sprake is geweest van landschapsbeleid. Dat verklaart veel van wat je op de foto’s ziet: de ontwikkelingen die zomaar lijken te gebeuren, lukraak. De afgelopen jaren zag Mark hoe de nationale ruimtelijke ordening werd ontmanteld. Vanuit de tijdgeest, economie en politieke omstandigheden konden we wel zonder ruimtelijke ordeningen. ‘Marktpartijen kunnen ons land wel inrichten’, dachten we. Het ministerie van VROM verdween, de Rijksplanologische Dienst verdween. Ook verdwenen het investeringsbudget voor het landelijk gebied en de Rijksbufferzone.


Geesteren in 2002 en dezelfde plek in 2024
Landschap te vondeling gelegd
Er was geen sprake meer van landschapsbeleid op rijksniveau. De verantwoordelijkheid werd overgeheveld naar de provincies. Maar daar zat weinig planologische status, weinig geld en slagkracht. Landschap werd een toetsingscriterium, een vinkje. Zo werd landschap van iedereen, en dus van niemand. Vandaar de titel van het essay van Mark: het landschap was te vondeling gelegd.
Van decor naar fundament
Inmiddels ziet Mark het tij nu ook weer keren. Gelukkig, zegt hij, want wie vanuit het landschap denkt, komt tot nieuwe waarden, tot intelligente oplossingen. Landschap moet van decor naar fundament. Het landschap is geen plek waar van alles zomaar in landt, het is een startpunt. Wie denkt vanuit het landschap, kan tot vanzelfsprekende inrichtingen komen. Nieuwe inrichtingen, nieuwe landschappen, nieuwe waarden die op ieder vlak logisch zijn. Logisch in de fysieke verschijningsvorm, maar ook sociaal gezien. Want landschap heeft een enorme sociale component en die moet je meenemen in transities. Landschap zien als fundament is niets nieuws, het is ook geen hogere wiskunde. Het is zelfs heel logisch. Maar dan moet dat wel terugkomen in het beleid. Die kant moeten we weer op en die kant gaan we gelukkig ook weer op.
En wat doen wij als provincie Gelderland?
De inzichten uit deze foto’s en gesprekken sluiten goed aan bij onze eigen ambitie: landschap niet zien als decor, maar als fundament en identiteit van Gelderland. Daarom werken we in Gelderland met Gelderse streekgidsen. 11 gidsen die samen met gemeenten zijn opgesteld en waarin de kwaliteiten van elke streek staan beschreven. Ze bieden inspiratie voor iedereen die iets wil bouwen of aanleggen, van een woning tot een bedrijventerrein, en helpen om landschapskwaliteiten te versterken in plaats van te verzwakken. Daarnaast kijken we met het vernieuwen van onze Gelderse Omgevingsvisie ver vooruit: naar 2050 en zelfs richting 2100. Hoe zorgen we dat onze landschappen toekomstbestendig blijven, met ruimte voor natuur, wonen, werken en mobiliteit? In 2026 brengen we het onderzoek van Rita en Dorien tot leven met een tentoonstelling in ons Huis der Provincie. Want toekomst maken begint met kijken. En met het lef om landschap weer als startpunt te nemen.

