De natuur bestaat niet
Hoe kunst ons helpt de relatie met natuur te herstellen
We hebben een relatiecrisis. Niet met onze partner, maar met de natuur. Althans, zo stelt documentairemaakster Nathalie Faber in haar film ‘De natuur bestaat niet’. Een titel die schuurt en vragen oproept: hoe kan iets dat zo tastbaar lijkt, niet bestaan? Faber nodigt ons uit om opnieuw te kijken naar natuur. En naar onszelf. Want misschien is natuur niet dat idyllische plaatje in ons hoofd, maar een veelheid aan betekenissen, afhankelijk van wie je bent en waar je staat.
De film opent met een beeld dat je niet snel vergeet: een voetbalstadion waarin geen spelers staan, maar 300 bomen. Het kunstwerk van curator Klaus Littmann en kunstenaar Max Peintner is een krachtig symbool. Waar normaal het spel regeert, groeit nu een bos. Het stadion wordt een spiegel: hoe spelen wij met onze natuur? Hoe verhoudt onze drang naar controle zich tot de kwetsbaarheid van ecosystemen? Het is een wake-up call, verpakt in schoonheid.

Relatietherapie voor mens en natuur
Centraal in de film zit relatietherapeut en psychiater Dirk de Wachter. Op zijn sofa nemen vier mensen plaats, ieder met een eigen verhaal. Jasmijn, die natuur voor lief neemt in haar dorp. Monai, een New Yorkse ‘plantmom’ die natuur vooral in potten ziet. Rinus, akkerbouwer én filosoof, die zoekt naar een liefdesrelatie met het land. En Benjamin, die worstelt met een traumatische ervaring in de natuur.
De Wachter stelt vragen die raken: “Waar heb jij de natuur leren kennen? Wanneer sloeg de vonk over?” En later: “Wat is er misgegaan?” Hun gesprekken laten zien hoe onze relatie met natuur verschuift. Van verstandshuwelijk naar verliefdheid, van afstand naar intimiteit. Soms pijnlijk, soms hoopvol. Benjamin kiest voor confrontatie: hij stapt letterlijk het water in om zijn angst te overwinnen.
Kunst als spiegel en speelveld
De film is meer dan een documentaire; het is een creatieve oefening. Kunstwerken zoals het boomfietskunstwerk of De Groene Kathedraal van Marinus Boezem nodigen uit tot verstilling en verwondering. Kunstenaar PJ Roggeband – zelfverklaard ‘ecofuturist en tuinfantast’ – speelt met taal en verbeelding. Woorden als ‘uitlaattuin’, ‘gevoelsland’ en ‘ijsbeerbaan’ openen denkruimte. Hij gaat zelfs zo ver dat hij zelf een boom wordt: aarde in zijn mond, zaden erin, water geven en wachten. Het is absurd en poëtisch tegelijk. En het zet aan tot nadenken.
Dé natuur bestaat niet
De kernboodschap van de film is helder: natuur is geen vaststaand begrip. Voor iedereen betekent het iets anders. Voor de één is het een boswandeling, voor de ander een kamerplant. Voor Rinus is het een filosofische vraag: ‘is natuur datgene wat wij toestaan om over te blijven? Alleen op plekken die we niet nodig hebben?’ Hij pleit voor verbinding: natuur niet als overhoekje, maar verweven met stad en land. Zoals Cornelis van Eesteren ooit deed met groene vingers in Amsterdam. Zoals Louis le Roy natuur liet meebouwen aan zijn ecotectuur.
Een oproep tot verbeelding
De film van Nathalie Faber is geen pleidooi voor nostalgie, maar een uitnodiging tot verbeelding. Hoe kunnen kunst en creativiteit ons helpen om de relatie met natuur te herstellen? Hoe kunnen we ruimte maken voor nieuwe perspectieven, zodat natuur niet alleen een beleidsdossier is, maar een gedeelde ervaring? Misschien begint het met een vraag die Dirk de Wachter stelt: Wanneer sloeg de vonk over? Want wie die vonk voelt, wil niet meer scheiden.
Wat betekent dit voor Gelderland?
Als natuur zoveel gezichten heeft, hoe nemen we dat mee in de inrichting van onze provincie? Het vraagt om visie, om verhalen en verbeelding. Om het betrekken van andere groepen: jongeren, stedelingen, mensen die natuur vooral kennen van Instagram. Hun perspectief is anders, hun behoeften ook. Misschien moeten we vaker op ‘dwaalsafari’ of ‘ontroertoer’. Niet om antwoorden te vinden, maar om opnieuw te leren kijken.
Want één ding is duidelijk: scheiden van de natuur is geen optie.
